Jehovah's Getuigen tijdens het Derde Rijk

Martelaarschap en Revisionisme

Samenvatting

Het Wachttoren Genootschap besteedt in haar publicaties veel aandacht aan de vervolging van Jehovah's Getuigen onder het nazi-regime. Waar individuele Getuigen vaak trouw bleven aan hun overtuiging, probeerde het Wachttoren Genootschap aanvankelijk de nazi-regering te paaien door zich pro-duits en anti-amerikaans op te stellen. Deze feiten worden in huidige Wachttoren-publicaties verdraaid en weggepoetst, hetgeen tot kritiek van diverse historici heeft geleid, die vervolgens ook de aandacht hebben gevestigd op de werkelijke historische feiten.

 

Inleiding

Van degenen die om hun overtuiging als groep vervolgd werden door het nazi-regime, mogen Jehovah's Getuigen niet onvermeld blijven. Nadat Hitler in 1933 aan de macht gekomen was, waren de Ernste Bibelforscher, de Ernstige Bijbelonderzoekers, zoals Jehovah's Getuigen in Duitsland bekend stonden, onder de eersten die ten slachtoffer vielen aan de nazi-terreur. Gedurende de nazi-periode werden 6019 Getuigen gearresteerd, waarvan er tweeduizend in concentratie kampen belandden. Van hen overleefden 838 personen de terreur niet, door terechtstelling of tengevolge van de ontberingen en mishandelingen tijdens hun gevangenschap.[1]

1. Herinnering levend gehouden

Het Wachttoren Genootschap besteedt veel aandacht aan het levend houden van de herinnering aan de vervolging van Jehovah's Getuigen. In de lectuur worden regelmatig artikelen gewijd aan individuen die moedig bleven staan voor hun overtuiging, ongeacht de consequenties. Eén van de doelen van deze publiciteit is klaarblijkelijk om eventuele vooroordelen tegen Jehovah's Getuigen weg te nemen, zoals ook blijkt uit -gepubliceerde- reacties:

"Ik heb het artikel "Jehovah's Getuigen - Moedig in weerwil van nazigevaar" (8 juli 1998) Met veel interesse gelezen. In de christelijke bediening heb ik vaak personen ontmoet die Jehovah's Getuigen er al dan niet te goeder trouw van beschuldigden een compromis te hebben gesloten met het nazi-regime. De informatie in dit artikel zal voor mij een hulp zijn om oprechte personen te helpen de historische waarheid te begrijpen achter de valse beschuldigingen die over ons in omloop zijn."

Ontwaakt!, 22 maart 1999

2. Beeldvorming

Het Wachttoren Genootschap schetst in haar publicaties met betrekking tot haar rol tijdens het Derde Rijk een beeld waarin met name de volgende punten benadrukt worden:

  • Door hun lectuur en gedrag keurden Jehovah's Getuigen anti-Semitisme af

  • Een botsing was onvermijdelijk omdat "ware Christenen politiek neutraal zijn"

  • Jehovah's Getuigen werden verboden "op grond van hun neutraliteit"

  • Jehovah's Getuigen spraken zich ook heftig uit tegen wreedheden tegen anderen - inclusief de Joden

  • Jehovah's Getuigen waren de enigen die zich uitspraken tegen het nazi-regime

  • Jehovah's Getuigen hebben een nazi-vervolging te verduren gekregen die erger was dan die der joden[2]

Bovendien worden andere religieuze groeperingen in Wachttoren-publicaties regelmatig scherp bekritiseerd voor de bereidheid tot het sluiten van compromissen met het nazi-regime. Jehovah's Getuigen zouden hierop de uitzondering zijn.

3. Revisionisme

Het beeld dat de Wachttorenorganisatie wil creeëren aangaande haar onverzettelijke standpunt ten opzichte van het Nazi-regime heeft één probleem: het komt niet overeen met de historische feiten.

Diverse onderzoekers hebben het Wachttoren Genootschap aangesproken op historisch revisionisme en verdraaiing van de feiten. Zo schreef professor M.J. Penton een brief aan het Genootschap, naar aanleiding van artikelen die in Ontwaakt! van 22 augustus 1995 verschenen, waarin hij zijn afschuw uitsprak over de verkeerde voorstelling van zaken. Professor Penton onderbouwde zijn kritiek door te verwijzen naar publicaties van het Genootschap, met name de "Feitenverklaring", welke in 1933 door Jehovah's Getuigen werd aangenomen en verspreid.

Deze "Feitenverklaring" zal in het volgende artikel nader bekeken worden.

Voetnoten:

 

  1. ^ Jaarboek 1975, blz.211
  2. ^ Babylon de Grote is gevallen, blz. 113

Gerelateerd